Hopen dat de wind zal draaien…
Sinds ik een aantal keren per week op de fiets naar mijn werk in Kootstertille ga, weet ik aardig goed uit welke hoek de wind waait. Natuurlijk hoop ik dan dat ik, zowel op de heenweg als op de terugweg, de wind mee heb, maar dat is bijna nooit het geval. De wind komt de laatste tijd vaak uit het zuidwesten en dat betekent voor mij dat ik op de heenweg een heel stuk voor de wind heb. De zijwind neem ik dan maar voor lief.

Vóór de wind…ik hoef er bijna niets voor te doen. Het gaat lekker en als vanzelf.
Ondertussen komen de fietsende tegenliggers langzaam dichterbij. Ik zie ze zwoegen. Zij voeren een gevecht met de wind. Tegenwind!
Als wij elkaar passeren kijk ik ze meestal heel even aan.
Zou het ook aardig zijn om ze een bemoedigend knikje te geven? Of zullen ze dat ervaren als ‘gek-aanstekerij’? Dus kijk ik ook wel eens gewoon recht voor mij uit, want het gaat mij nu voor de wind en dat voelt wat ongemakkelijk. In ieder geval niet als iets waarover ik mij triomfantelijk voel.
Soms zit het mee en soms zit het tegen. We hebben de wind mee of we hebben de wind tegen. Dat ervaren we ook in ons leven en op die manier kunnen we soms ook naar elkaar en naar onszelf kijken. Er zijn periodes dat het ons, op de weg door het leven, voor de wind gaat.
Het leven is mooi en lijkt bijna als vanzelf goed te gaan. Op andere momenten voelen we alleen maar de zwaarte van de levensreis.
Tegenslagen stapelen zich op. De tegenwind is heftig en het lukt je bijna niet om staande te blijven. De storm blijft razen.
Je dreigt het vertrouwen in ‘het goede leven’ te verliezen. Zal het ooit nog weer ‘gewoon’ worden?
Hoe doen we dat onderweg? Geven we elkaar dat bemoedigende knikje op de momenten dat onze levens elkaar kruisen? Of ‘fietsen’ we misschien zelfs een stukje mee met de ander, die ‘tegenwind’ ervaart? Of blijven we in het voorbijgaan strak voor ons uitkijken, omdat we ons er ongemakkelijk onder voelen. We hopen op een leven met de wind in de rug. Op dubbel geluk, wanneer de wind ook nog eens draait!
Maar als het stormt in je leven, dan wens ik je toe dat de storm gaat liggen.
En dat je op adem mag komen met de woorden van het volgende lied:

U woont niet in een storm, o Heer,

maar in een zacht geruis.
Wie zwijgt en luistert hoort steeds meer:
De stilte is uw huis.

Een stilte die zich horen laat,
heel zacht, nog ongekend;
ze fluistert van wat komen gaat
en wie U voor ons bent.

Wij zoeken stilte, zoeken rust,
in ons komt ruimte vrij.
Ik adem op, ik ben gerust
en voel U heel dichtbij.

Gerda Bekius

Ga naar boven