In een mensenleven blijkt steeds maar weer, tenminste in verreweg de meeste gevallen, dat een mens anderen nodig heeft. En sommige mensen kunnen een voorbeeld voor je zijn, je ouders, je grootouders, of anderen. Het kan ook een meester of juf van school zijn, die je aan het denken zette.
Eén zo’n meester herinner ik mij nog, hij probeerde ons als kinderen af en toe te prikkelen, met een raadseltje bijvoorbeeld. Zo vertelde hij een keer dat de melkfabriek bij het dorp waar ik toen woonde, dat dat niet de échte fabriek was. En wij mochten raden wat dan wél de echte melkfabriek was.
Niemand van ons wist het. Zelfs Bram, de zoon van de dokter niet.
“De echte melkfabriek is de koe”, vertelde onze meester. “Want het is niet natuurlijk dat zo’n dier bij wijze van spreken altijd maar weer melk geeft, dat hoort ze alleen te doen als er een kalf is. Wij mensen hebben gezorgd dat die koe zoveel melk geeft. Het is een beetje een fabriek geworden.”
Ik ben dat nooit vergeten en ik vond het een leuke gedachte dat je het woord ‘fabriek’ anders dan letterlijk kon gebruiken.
Als volwassenen hebben we dat nog steeds nodig, dat we als mensen met elkaar in gesprek zijn over die dingen die ons bezig houden. En vooral dat we elkaar aan het denken zetten. En je hoeft het niet altijd met elkaar eens te zijn om toch van een ander te kunnen leren.
Ate Klomp

Ga naar boven