Het is ieder jaar weer een race tegen de klok.Krijgen we ons zelfgemaakte ‘kerstkaartje’ op tijd in de brievenbus? In de loop van de jaren hebben wij de kerstwensen op ons kaartje maar laten vervallen en tegenwoordig is het dan ook een ‘nieuwjaarskaartje’ geworden. En zo hebben we, naar ik mij heb laten vertellen, de oude traditie van het sturen van goede wensen voor het nieuwe jaar, in ere hersteld. Uit (tijd)nood geboren, dát wel.
Het ambachtelijk gemaakte kaartje van urenlang knippen en plakken, wel of niet met glitters, heeft plaats gemaakt voor een foto met een tekst. En als we dan de foto hebben gekozen, dan begint het echte werk. Het broeden op ‘mooie, inhoudelijke woorden’, het ‘yn ’e wêk’ zetten van een tekst die iets vertelt over het beeld.
We hebben onszelf kennelijk ooit de opdracht gegeven om iets meer op het kaartje te schrijven dan ‘Gelukkig nieuwjaar’, hoewel dat op zich mooie woorden zijn, die we elkaar en de ander graag toewensen!
Wat is dat toch in ons, dat wij naar woorden zoeken die vaak veel groter zijn dan onszelf en daarmee boven ons eigen kunnen en ‘doen en laten’ uitstijgen?
Is het een verlangen naar het strooien met grote woorden? Of ligt het verlangen dieper en hunkeren we met onze woorden naar een wereld, waarin alles is zoals het zou moeten zijn. Ongeschonden, met de woorden: En God zag dat het goed was.
De woorden op het kaartje laten ons even dromen, maar zetten ons ook weer met de voeten op de grond. We dekken ons in en verschuilen ons in het onvermogen om de dromen waar te maken.
En tóch…laat ons zo leven, al is het maar even.
Gerda Bekius

Ga naar boven