Voorbereiding tot de bouw

In het gebied aan de oost-zijde van de Noorder- en Zuiderdwarsvaart, geheten De Wiken en De Venen, worden in 1963 de eerste woningen gebouwd en betrokken. In begin 1968 blijkt de kerkelijke gemeente bereid tot een grotere financiële inspanning ten einde de bouw van een kerk in Drachten-Oost te kunnen verwerkelijken. Er wordt f 78.000, -meer toegezegd in de vorm van vaste vrijwillige bijdragen.

De wijk Noord-Oost moet weer voorrang verlenen, evenals dat met het oog op de Fonteinkerk het geval was. Er wonen dan 1300 leden in Venen en Wiken.

De architect, die de Menorah heeft ontworpen is de heer J. van der Tas, toen nog werkzaam bij het architectenbureau Bosma, Van Houten en Van der Tas te Drachten. Bij aanbesteding werd het werk gegund aan het Drachtster bouwbedrijf R. Paulusma voor ruim 3,5 ton, eind oktober 1968. De totale kosten (inclusief onderaannemers, grond, inrichting) zijn uitgekomen op ruim negen ton.

De eerste plannen voor de nieuwe wijkkerk stammen uit 1965. Toen was het de bedoeling, dat er een kerkgebouw voor Noord-Oost-Drachten zou komen aan de oostzijde van de Noorderdwarsvaart, en dan met name in het midden tussen de Schwartzenberghlaan/De Knobben en het verlengde van de Wielewalen. Maar door wijziging in wijkindeling en in de plannen had men later een terrein op de hoek van de Middelwijk-Leidijk op het oog. Ook daar heeft men van afgezien. Zodoende is de lokatie van de Menorah de hoek-Langewijk-Dwarswijk geworden.

De bouw

Ondanks plannen daartoe is het slaan van de eerste paal in november 1968 door 'heibaas' Wolthuis niet doorgegaan vanwege de weersomstandigheden (vorst). Het leggen van de eerste steen zou daarvoor in de plaats komen. Maar ook dat is overgegaan. In mei 1969 kwam de meiboom in de kap en werd het hoogste punt, 9,5 meter, bereikt. Volgens insiders is de Menorah zeer sober en zuinig opgezet. 

De kosten hebben inclusief de inventaris plm. ƒ625.000, - bedragen. De grond, de pastorie met garage en het orgel inbegrepen verhoogden de prijs tot ruim 9 ton. Dientengevolge kon op de maximale subsidie van overheidswege (twee ton) worden gerekend, naast de hulp van de Stichting Steun Kerkbouw (1,1 ton).

Het hele complex op de hoek van de Lange Wijk en de Dwarswijk heeft de vorm van een van de twee Friese boerderijtypen: het kop-hals-romptype, resp. terug te vinden in de pastorie, de studeerkamer van de predikant en de kerk.

Interieur

De oppervlakte van de kerkzaal is 25 m (diepte) x 17,5 m (breedte) = 437,5 vierkante meter. Als we de toneelzaal, die er bij getrokken kan worden, er bij rekenen (10,5 m breed en 13 m diep geeft een oppervlakte van 136,5 vierkante meter, vóór het podium) komen we uit op 574 vierkante meter. 

De vloer bestaat uit eenvoudige, langwerpige, rode, Italiaanse tegels. Er is veel schoon metselwerk van grote grijze stenen in het interieur te vinden. De kerkzaal biedt plaats aan ongeveer 490 personen, in de toneelzaal kunnen ongeveer 150 mensen een plekje vinden.

Al naar behoefte kunnen de stoelen gericht staan naar de kerkzaal of naar het podium.

Beneden zijn nog een kerkeraadskamer en een predikantenkamer. De foyer, die aan de keuken grenst, kon vroeger bij de toneel/kerkzaal getrokken worden. Later is de afscheiding definitief gemaakt.

Boven bevinden zich een tweetal kleinere en een tweetal grotere lokalen, een handenarbeidlokaal en een jeugdhonk met eigen bar.

Het doopvont met stromend water is een geschenk van de architect, de aannemers en onderaannemers. Het staat vast bevestigd op de grond, vóór in het midden van de gemeente opgesteld. Het bekken is driehoekig en rust op drie gemetselde pilaren van steen. Zal dat iets te maken hebben met de drie-enige naam, waarin wij worden gedoopt? 

Het avondmaalsstel is een geschenk van de gemeente, dat de cadeaucommissie via giften bij elkaar heeft gebracht en dat bewaard kan worden in de houten kast op het liturgisch centrum, maar daadwerkelijk wordt opgeborgen in de kluis.

Er staat een kleine menorah met een hoogte van 23 cm. op de bovengenoemde houten kast. Het is een geschenk van één van de bedrijven, die aan de kerk hebben gewerkt bij de opening van de grote Menorah. Hij wordt ook gebruikt als kaarsenhouder op de liturgische tafel.

 

Het is in het begin een punt van discussie geweest of het liturgisch centrum, dat een steen hoger ligt dan de kerkvloer, nog meer moest worden opgehoogd, opdat de kerkgangers de voorganger beter zouden kunnen zien, zoals de preekstoel, die zich drie stenen boven de vloer van de kerk bevindt. Het is er wel van gekomen. Ondanks deze aanpassing is de liturgische tafel tijden buiten gebruik geweest.

Ga naar boven